In Jozua 10 trekt Jozua ten strijde tegen de Amorieten, die aangevoerd werden door vijf koningen. Het was de slag waarbij, op Jozua’s gebed, de zon stil stond aan de hemel.

Het was ook de slag waarbij meer Amorieten vielen door de hagelstenen die God uit de hemel op hen deed neerdalen dan door het zwaard van Jozua’s leger.

Een prachtig beeld van een leven waarin God werkt – een overwinningsleven.

En dan krijgt Jozua het bericht dat de vijf koningen zich in een spelonk verborgen houden. De zonde houdt van donkere verstopplekken – zeker in een leven van een christen waarin God zichtbaar werkt.

De krijgsmannen van Israël rollen stenen voor de ingang van de spelonk, waardoor de vijf koningen opgesloten zijn. Als Jozua arriveert geeft hij opdracht de vijf koningen uit de spelonk te halen.

We mogen de zonde geen plek geven in ons leven, ook geen verborgen plekken die niemand anders ziet.

Als de soldaten de vijf koningen naar buiten brengen, geeft Jozua hen de opdracht hun voet op de nek van de koningen te zetten. Daarna slaat Jozua de koningen en doodt ze.

Wat een prachtig beeld.

Wat doen wij met de vijandige koningen?

Laten we ze in leven in de spelonken van ons hart? Of brengen we ze naar buiten, om ze daarna weer terug naar de spelonk te leiden – een beeld van christenen die hun zonden belijden (vanuit die donkere spelonk aan het licht brengen) maar uiteindelijk toch niet met die zonde breken. Of brengen we ze uit de spelonken van ons hart naar buiten en zetten we onze voet op hun nek – voor het aangezicht van de hemelse Jozua, Jezus, zodat Hij ermee afrekent?

Dat was het overwinningsleven van Jozua.

Amos, boer van beroep

© 2017 KwaSizabantu Nederland