‘Sta op en neem iedereen die bij je hoort nu mee, deze stad uit, voordat God de stad omkeert’.

Die boodschap kreeg Lot te horen van de twee engelen, op de nacht voordat zwavel en vuur Sodom verteerde. Wat een genade van God. Lot mocht iedereen meenemen die bij hem hoorde – en hij was een man van aanzien. Ooit woonde hij buiten de stad, inmiddels zat hij in de poort van de stad. En God gaf hem de kans om niet alleen zelf gered te worden, maar ook allen die bij hem hoorden. Maar zijn schoonzonen wilden niet mee.

Uiteindelijk werd hij door de engelen bij zijn arm de stad uit getrokken en stond hij daar, met zijn vrouw en twee dochters. Een heel schamel clubje zielen. En zelfs toen treuzelde Lot nog. Hij wilde niet naar de overkant van de vallei, maar onderhandelde net zo lang tot hij naar een plek dichterbij kon, langs een makkelijkere weg.

Zo typerend voor Lot, die keuze voor de makkelijkere weg. Zijn leven was een leven waarin verkeerde keuzes zich aaneenregen.

Vader van…?

Maar ook wij hebben de opdracht ‘de onzen’ uit Sodom te leiden. Wat een opdracht.

Is ons leven net als dat van Lot, een leven van makkelijke keuzes, compromissen, wereldgelijkvormigheid?

Of zijn we net als Abraham, die in dezelfde tijd, dezelfde omgeving en in een wereld met dezelfde verleidingen leefde?

Twee levens die zo dicht bij elkaar geleefd werden en toch zo verschillend waren.

Abraham werd de vader van alle gelovigen.

Lot werd ‘als door het vuur’ gered, maar werd de vader van de Moabieten en de Ammonieten.

Amos, boer van beroep

© 2017 KwaSizabantu Nederland