Daily devotion

  KwaSizabantu.nl  
Ga naar de Home-page
  HOME     

Over Kwa Sizabantu

Herbouwd Auditorium

40 jaar opwekking

60 years of ministry

Google Earth foto van de zendingspost


Over ons
Wat is KSB zending
Hoe het begon
Bezoek aan KSB
Wij belijden
Chr. onderwijs
Domino Servite School
Contact


Informatie

Agenda Algemeen

Agenda Jakobsbron / Well

Agenda Boskoop / Waddinxveen

Agenda Cederborg / Middelstum

Boeken en Audio
Getuigenissen

Links


Centra

De Cederborg
De Jakobsbron

Redaktie

 

 

Acrobat Reader, gratis
Kostenlosen RealAudio-Player holen!
Kostenlosen MP3-Player holen

 

 

Getuigenis

Heinrich

Wie Heinrich nog uit de tijd van zijn eerste verblijf op de zendingspost Kwasizabantu, of daarvoor in Duitsland kent, zal hem nu alleen nog aan zijn grote Noord-Duitse gestalte herkennen. Door het ingrijpen van Jezus in zijn leven mocht hij een totale innerlijke en uiterlijke verandering beleven. Laten we hem zelf aan het woord hoe dat gekomen is:
"Mijn moeder trouwde als christin met een ongelovige man. Dat huwelijk werd voor haar tot een hel op aarde. Toen ik vier jaar oud was liep mijn moeder van huis weg. Mijn vader liet haar daarna niet meer in huis. Wij, zes kinderen, bleven alleen met vader. Alleen bij gelegenheid zagen wij onze moeder, als zij ons heimelijk in de speeltuin of op school bezocht. Zij stuurde ons met de kerstdagen pakjes, die mijn vader echter ongeopend terugstuurde. Na drie jaar werd het huwelijk ontbonden.Ofschoon mijn vader zeer streng voor ons was en in 't bijzonder mij vaak sloeg, kozen we als kinderen voor het gerecht toch voor de vader. Misschien kwam het door het feit dat hij enkele dagen vóór de rechtszitting uitgesproken vriendelijk tegen ons was en wij zelfs een ijsje kregen. Mijn moeder werd van verdriet steeds zieker en stierf uiteindelijk toen ik veertien jaar oud was.
Zo had ik een zeer ongelukkige jeugd. In die tijd huilde ik veel en dacht ook aan zelfmoord. Later probeerde ik mij voor mijn zondige leven te verontschuldigen vanwege mijn ongelukkige jeugd. Door verschillende jeugdkampen kwam ik in de volgende jaren met het christelijk geloof in aanraking. Gedeeltelijk interesseerde het mij, maar de meisjes interesseerden mij meer. Om een beroep te leren ging ik uit huis en woonde twee jaar in een CVJM-huis voor leerlingen. Daar begon ik met hasjiesj te roken en te stelen. Desondanks werd ik zelf een medewerker bij de CVJM. Dat verhinderde ons echter niet met elkaar te drinken en hasjiesj te roken. Geen wonder dat het met mijn christen-zijn niet veel was, ofschoon ik ervan overtuigd was dat je als christen wilde leven, je leven moest veranderen. Tot mijn halfslachtige christen-zijn behoorden ook nieuwjaarsconferenties in Hermannsburg, avondmaalsvieringen en Bijbelstudies. Innerlijk voelde ik me hierbij niet op mijn gemak.
Toen ik 18 jaar was ging ik zelfstandig wonen. Intussen was mijn haar al zo lang dat het tot over mijn schouders hing. 's Avonds zwierf ik in disco's en kroegen, steeds op zoek naar meisjes. Ik hield op met hasjiesj te roken vanwege een sterke storing in mijn bloedsomloop, maar des te meer ging ik stelen. Alles wat ik nodig had, te beginnen bij levensmiddelen tot alcohol en grammofoonplaten kwamen in mijn bezit zonder dat ik daarvoor betaalde. Dat werd mijn dagelijks werk.

Het kwam nu zover dat ik twee en een half jaar probeerde om volkomen zonder God te leven. Nu begon de ergste tijd van mijn leven. Eigenzinnig, hard en brutaal, dat waren mijn karaktereigenschappen. Ik voelde mij alleen onder vrouwen prettig. Meer en meer ging ik met lesbische vrouwen om. Ik begon ook mijn dwaze kleding zelf te naaien, omdat ik deze niet naar mijn smaak kon kopen. Ik zag er ongeveer zo uit: groene laarzen met rode geverfde vlammen, rode nauwe leren broek, een groen jeansjack met zwarte en rode gekleurde opdrukken, lange of grote ronde gekleurde oorringen, en lang haar. Als ik 's avonds of 's nachts naar de kroegen, de bars of de disco's ging, was ik ook nog geschminkt als een vrouw, had gelakte nagels en droeg een parelketting om de hals. Vaak trok ik zelfs vrouwenkleren aan en liet mij door een vriendin perfect schminken. Oorringen hoorden voortaan tot mijn dagelijkse uitrusting en vaak zat ik met gelakte nagels op school. Wat de leraren daarvan zeiden interesseerde mij totaal niet.
Vaak ging ik naar Berlijn, waar ik ook van bar tot bar en van kroeg tot kroeg trok. Ofschoon ik niet homoseksueel was, kwam ik toch door mijn lesbische vriendinnen in gelegenheden waar uitsluitend homoseksuelen waren. Vaak trok ik er alleen op uit om te zuipen en te hoeren. Meestal kwam ik pas tegen de morgen thuis. In die tijd wilde ik graag musicus worden. En zo oefende ik zeer gedisciplineerd elke dag vier uur lang op mijn instrument tot ik uiteindelijk in een band optrad. Half dronken stond ik op het podium en voelde me daarna ongelukkig en depressief. Toen trok het circus mij aan en ik wilde het als jongleur proberen. Urenlang oefende ik mij daarin. Spoedig daarop sloot ik mij bij een clowntheater aan, waar ik echter na korte tijd weer vandaan ging. Het bevredigde mij net zo min. Daarbij voelde ik mij steeds ongelukkiger en wist niet meer hoe of wat. "Misschien blijf je net zolang stelen tot je een keer gesnapt wordt", dacht ik bij mezelf. Inderdaad betrapte men mij met vijf grammofoonplaten in mijn tas. Maar ik kwam er weer met een kleine boete vanaf.

Van lieverlee hield ik op met stelen, ofschoon het al tot een dwang was geworden. Door mijn zondige leven werd ik ernstig ziek. De arts, die tot een baptistengemeente behoorde, waarschuwde mij: "U mag drie maanden lang geen alcohol gebruiken en als u zo verder gaat, krijgt u nog aids." Een panische angst besprong mij en geleidelijk aan hield ik op mij met meisjes bezig te houden. Nu weet ik dat de Heere al in die tijd in mijn leven aan het werk was.
Op 23-jarige leeftijd sloot ik mijn militaire dienst af. Ik was mij ervan bewust, dat ik niet meer op dezelfde wijze verder kon leven en dat er iets moest gebeuren. Die ommekeer kwam door een evangelisatie waar ik elke avond heen ging. Ik begon de Bijbel te lezen. Spoedig daarop kreeg ik het boek cadeau "Jesus, unser Schiksal" van Wilhem Busch en begon er ijverig in te lezen. Twee weken lang kon ik niet meer goed slapen tot ik op een dag in mijn keuken luid riep: "Heere Jezus, neemt U mijn leven, ik wil het aan U geven!" Daarbij kwam een grote vreugde over mij. Ik zei tegen mijzelf dat God mij ook tot zich kon trekken, zonder andere christenen te gebruiken, in wie ik zo vaak teleurgesteld was. De volgende drie maanden bleef ik thuis en las in de Bijbel. Toen sloot ik mij bij de jeugdbond van de E.C. aan, waar het mij goed beviel. Een jeugdconferentie met de "Fakkeldragers" was de volgende geestelijke standplaats. Ik wist dat ik tot een duidelijke beslissing moest komen en vroeg de predikant om raad wat ik moest doen om een echte christen te zijn. De predikant sprak een gebed uit dat ik na moest zeggen. Daarna klopte hij mij op de schouder met de woorden: "Zo broeder, nu hoor je ook bij ons." Er volgde een slechte nacht. Het viel mij op dat er nog steeds bepaalde zonden waren die mij plaagden. Verwonderd dacht ik: "Maar je bent nu toch een christen, of ontbreekt er nog iets?" Misschien moet ik de gestolen voorwerpen ook wel terug brengen? Op een nacht werd ik onrustig wakker en ik wist instinctief dat er iets met de gestolen voorwerpen moest gebeuren. Ik zocht dan al het gestolene bij elkaar, stapelde alles voor mijn bed op en ging weer slapen met de gedachte: "morgenvroeg kun je in ieder geval niet aan deze berg voorbij gaan!" Mij hielp ook het bekende boek "Rocky" bezig, dat mij destijds tot tranen toe geroerd had. Daarin stond, dat Rocky zijn zonden beleed en de gestolen dingen terugbracht. "Wanneer hij dat gedaan heeft, dan moet jij dat ook doen", zei ik tegen mijzelf. En zo begon ik naar de winkels te gaan, mijn verontschuldigingen aan te bieden en het gestolene terug te brengen of te betalen.
Nu was er een begin gemaakt. Mijn grootmoeder leende mij een boek over de opwekking in Kwasizabantu, wat in mij een verlangen wekte om daarheen te gaan. De Heere gaf dan spoedig de gelegenheid dat ik, beladen met mijn dagboeken, foto's en brieven voor zeven weken naar Kwasizabantu kon gaan. Daar maakte ik een eind aan mijn oude leven en begon het voor God in orde te brengen. Ik mocht een volkomen bevrijding van mijn zonden beleven, waarvan ik had geloofd dat ik daar nooit van vrij zou kunnen komen. Uiterlijk en innerlijk veranderd, keerde ik terug. Bij de christenen in de E.C.-jeugdbond vond ik geen begrip. Voor hen gold ik als een extreme christen.
Spoedig hoorde ik de roep van de Heere om een jaar naar Kwasizabantu te gaan, waaraan ik ook gehoor gaf. Mijn verblijf daar bleek eerst zeer moeilijk te zijn. Zeven jaar lang had ik een eigen woning. Nu moest ik de meeste tijd in een kamer met vijftien jonge mannen verblijven. Dat was voor mij een moeilijke les. Nog een bijzondere les voor mij was dat ik mee mocht helpen aan de opbouw van de grote samenkomsthal, wat zwaar werk was. Maar God gaf mij de kracht om vol te houden en dat kwam mij later ten goede.
Na mijn terugkeer uit Zuid-Afrika solliciteerde ik bij een firma als bedrijfsmonteur. Mijn opleidingstijd was intussen al meer dan zeven jaar geleden. Toen ik echter bij het sollicitatiegesprek foto's van de hal en speciaal ook van mijn werk als monteur liet zien, gaf de chef mij enthousiast een arbeidscontract voor onbepaalde tijd.
Voor al deze leiding in mijn leven ben ik de Heere zeer dankbaar en het is de wens van mijn hart, dat ik de tijd die nog voor mij ligt mag leven tot eer van God."
Zover het bericht van Heinrich. Er moet nog aan toegevoegd worden dat Heinrich intussen gelukkig getrouwd is met een gelovig meisje.

 
 
South Africa

Russia

Duitsland
Zwitserland
Frankrijk
Roemenie
Roemenie



   

© 2004-2012 Kwasizabantu Zending mail ons